© 2017 Wil van Bree
Please reload

Recente berichten

Brief aan Mia (deel 5): Achterstallig onderhoud

15 Jun 2017

 

Lieve Mia

 

Omdat we sinds je verjaardag in oktober elke week met elkaar bellen, is het schrijven erbij ingeschoten. Toch is dat jammer. Als we met elkaar spreken, vertellen we meestal de hoofdlijnen en vooral hoeveel we elkaar missen en als ik dan de verbinding verbreek, schieten mij de grappige voorvallen pas te binnen. Bovendien ben ik zo ongeveer met vallen en opstaan sinds half december geveld door een slepende griep die mij zelfs de goesting ontnam om te schrijven. Maar nu heb ik toch de energie gevonden om de pen weer op te pakken.

 

Elke ochtend wandel ik met onze teckeltjes Jan Willem en Sara. Het eerste huis dat mijn man en ik  hadden gehuurd, lag aan de doorgaande weg tussen twee dorpjes. Dat was een ramp. Het asfalt bleek in de zomer na negen uur ’s ochtend al te warm en het pad rondom het huis lag vol kleine ronde prikkels die zich venijnig tussen hun pootjes nestelden. We reden daarom meestal naar het natuurreservaat waar het pad rotsachtig, zanderig en begaanbaar was. Sinds oktober vorig jaar zijn we verhuisd en wonen in de bergen aan een track. Nu kunnen we over de paden in de bergen lopen, wat heel aangenaam is. Ik zou ze los kunnen laten, ware het niet dat hun overenthousiasme voor avontuur hen alle richtingen meesleept en ik ze vervolgens ergens tegen het middaguur terug kan verwachten. Bovendien menen ze beiden dat iedereen hen leuk vindt. Ze lopen huizen binnen, begroeten de eigenaars uitbundig, trekken zich niks aan van een schone witte broek, springen op de bank en jagen elke aanwezige kat in de gordijnen. Toen wij hen als pup enige manieren wilden bijbrengen, bemerkten we al snel dat het commando: ’Kom hier,’ nauwelijks reactie opriep. Vooral Sara heeft haar eigen manieren. Na dit commando, gaat ze zitten en draait haar hoofd de andere kant op. Bij mijn tweede roep, heeft ze plotseling jeuk en krabt zich uitgebreid. Bij de derde keer- ik wordt al bozer-, geeuwt ze een aantal keren hartgrondig. Bij de vierde herhaling- ik ben nu echt boos- verstijft ze in een positie en staart ze in de verte alsof ze beledigd is en heel diep moet nadenken hoe ze mij hiervoor gaat straffen. Dan heeft ze plotseling genoeg van de komedie en staat ze op om een interessante geur te volgen. Ja, precies, niet mijn kant op, maar juist de andere richting. Dan zet ik mijn speciale truc in. Onmiddellijk draai ik rechtsomkeer en verdwijn achter de bocht. Het duurt even, maar uiteindelijk hoor ik haar lichte getrippel achter me. Madam is namelijk nooit te beroerd om terug naar huis te gaan waar ze de rest van de dag uitgebreid kan zonnebaden. Dan is het de kunst je humeur te bewaren en ik geef haar dan ook altijd weer een uitgebreide knuffel.

Jan Willem is een ander verhaal. Zijn manlijk ego drijft hem alle kanten op en hij meent in alle situaties de baas te zijn. Dus houdt hij mij meer in de gaten dan Sara. Wanneer ik hen van de lijn afhaal, op een pad waar ik zeker weet dat er geen auto’s rijden, gaan ze er onmiddellijk vandoor. Als ik doorloop, zie ik ze nog net de volgende bocht om verdwijnen, en zo gaat het de hele wandeling door. Soms speel ik een spelletje, ik blijf achter de bocht stilstaan van het uitzicht genieten. En ja hoor, na een minuut of vijf verschijnt Jan Willem om het hoekje om te kijken of ik de baas nog steeds volg. Zodra ik aanstalten maak om verder te lopen, is hij gerustgesteld en al weer verdwenen. Wanneer we terug naar het hoofdpad lopen, waar elke dag de melkwagen voorbij raast en af en toe een brommer of een auto, moet ik de honden op tijd aanlijnen. voor hun eigen veiligheid. Ik had al uitgelegd dat “Kom hier” niet werkt. Per toeval, vroeger, toen Jan Willem de wereld nog aan het ontdekken was, wilde hij een weg oversteken. Op hetzelfde moment zag ik een auto met volle vaart aankomen. In paniek gilde ik: ’Blijf staan’. Wonderbaarlijk. Als bevroren bleef Willem staan, niets bewoog, in dezelfde houding, als versteend. Onze teckels hebben het voor elkaar. Als ik wil dat ze bij mij komen, roep ik: ’Blijf staan’, loop naar ze toe, geef ze een knuffel als beloning en lijn ze aan. Ze hebben mij goed opgevoed.

Share on Facebook
Please reload

Please reload

Archief